Hoe weet je wat de bedoeling is?

Innerlijke verwarring en het gevoel de verbinding met onszelf te missen, ontstaan vaak doordat we niet goed weten waar onze impulsen vandaan komen. Zeker in deze tijd, waarin veel mogelijk is en weinig nog echt lijkt te móeten. We vullen onze dagen met activiteiten, keuzes en opties, maar staan zelden stil bij de vraag: waarom doe ik dit eigenlijk? Wat is de intentie die aan mijn handelen ten grondslag ligt?

Er is een wezenlijk verschil tussen doen wat allemaal kán en doen wat móet. Dat wat we kunnen, is optioneel: het zijn mogelijkheden die we zelf bedenken en vormgeven. Dat wat moet, heeft een andere kwaliteit. Het is bedoeld, wetmatig, en ontstaat vanuit zichzelf. Wanneer we hier eerlijk naar kijken, blijkt dat een groot deel van onze energie gaat naar alles wat mogelijk is, terwijl we weinig aandacht hebben voor wat noodzakelijk is.

Als we uitgaan van het idee dat de mens bestaat uit vier lagen – het biologische, psychologische, energetische en spirituele lichaam – dan zien we dat op elke laag zowel ‘kunnen’ als ‘moeten’ aanwezig is.

Op het niveau van het biologische lichaam
We kunnen bijvoorbeeld kiezen wat we eten, of we sporten, hoe we ons uiterlijk verzorgen en of we cosmetische ingrepen laten doen. Tegelijkertijd zijn er wetmatigheden waar we geen invloed op hebben: onze hartslag, ademhaling, het ervaren van pijn, kou, warmte, jeuk of aanraking. Deze processen voltrekken zich vanzelf.

Op het niveau van het psychologische lichaam
We kunnen leren anders te denken, ons gedrag aanpassen, analyseren en ons sociaal wenselijk gedragen. Maar ook hier zijn er wetmatigheden: emoties komen en gaan, stresshormonen beïnvloeden ons gemoed, en onze opvoeding en omgeving vormen ons zelfbeeld en onze waarden.

Op het niveau van het energetische lichaam
We kunnen werken met energie, chakra’s, ademhaling, creativiteit of zelfs paranormale vermogens ontwikkelen en inzetten. Tegelijkertijd zijn er processen die zich aandienen zonder dat we ze oproepen: dromen, plotselinge inzichten, inspiratie, levenskracht.

Op het niveau van het spirituele lichaam
We kunnen voorkeuren en afkeren ontwikkelen, ons identificeren met wie we denken te zijn, op de automatische piloot leven of juist bewust. Maar ook hier bestaan wetmatigheden die niet door ons gemaakt worden: liefde, wijsheid, genade, moed, vertrouwen, helderheid, gemoedsrust. Ze dienen zich aan wanneer de omstandigheden rijp zijn.

Wanneer we ons meer richten op deze wetmatigheden, op dat wat móet in plaats van op wat kán, komen we op betrouwbaar terrein. We hoeven minder te sturen en geven het roer als het ware over aan het leven zelf. Doordat de verbinding met het leven centraal komt te staan, ontstaat er ook vanzelf meer verbinding met onszelf. We functioneren dan als een helder kanaal voor bedoeling, zonder verblind te raken door alles wat we zelf kunnen bedenken of creëren. Het is het verschil tussen indruk willen maken en uitdrukking zijn.

Deze verschuiving voelt in het begin vaak als een verarming. Minder keuzes, minder opties, minder grip. Dat kan onwennig en zelfs ongemakkelijk zijn. Toch is dit een noodzakelijke beweging: een oefenen in terughoudendheid. Door iets los te laten, ontstaat ruimte om door te zakken naar een diepere laag, waar een overvloed aan potentie aanwezig is. Die overvloed is er altijd al, maar doordat we zo bezig zijn met wat allemaal kan, missen we wat er simpelweg ís.

Het idee dat het leven voorbij kan gaan terwijl we verdwalen in mogelijkheden en de bedoeling missen kan een diepe onrust oproepen. Tegelijkertijd is er vaak weerstand: ik moet toch helemaal niets?

Wanneer je het woord ‘moeten’ echt gaat onderzoeken, ontstaat er een verrassend inzicht. Wat moet, is onontkoombaar. Het zal gebeuren, ongeacht wat ik ervan vind. Dat besef kan juist bevrijdend zijn. Er valt een last weg: ik hoef niet overal iets van te vinden, mijn mening is niet doorslaggevend. Hoe minder ik mezelf hoor roepen, hoe meer ruimte er ontstaat om afgestemd te blijven op de bedoeling. Terughoudendheid wordt zo iets heel concreets en leefbaars.

In het begin lijkt het onontkoombare iets wat pas later, ooit, zal plaatsvinden. Dat idee kan zwaar of beangstigend voelen. Gaandeweg blijkt echter dat hoe meer je je laat zakken en minder verzet biedt, hoe meer je gedragen wordt door het leven zelf. Je gaat op in de bedoeling, wordt een kanaal ervoor. In dat samenvallen liggen gemoedsrust en vervulling besloten.

Luisteren naar wat móet in plaats van naar wat kán vraagt enerzijds bewustzijn, en anderzijds het loslaten van een ‘ik’ dat alles wil volgen en controleren. Het vraagt om terughoudendheid in een diepere zin: niet als afzien of ontzegging, maar als je laten bewegen vanuit een betrouwbaarder achtergrond. Een achtergrond waarin geen strijd is tussen opties, maar waarin bronwerking plaatsvindt. Waar bedoeling je beweegt, in rust en vrijheid, verbonden met alles en iedereen.

Langzaam wordt duidelijk dat zelfverwerkelijking niet gaat over iemand zijn of worden, maar over samenvallen. Samenvallen met de bedoeling.

Ik ben bedoeld…

Lieke van Dun
info@deeplife.nl
Geen reactie's

Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.